Hoofdmenu:
In 1987 schreef ik voor mijn vrouw een kerstverhaal Dit verhaal beschrijft het leven van Willy Een bijzonder verhaal, een echt gebeurd verhaal Uit de Nieuwe Dockumer Courant |
De moeder van Maria had niet het vermogen om voor een gezellige gezinssfeer te zorgen, en was niet in staat de woede uitbarstingen van vader te voorkomen, wat er voor zorgde dat de beide ouders leefden als kat en muis, met daartussen Maria , haar zusje en broertjes. De angst om een volgende ruzie bepaalde voor een voor een groot deel de kinderjaren van het zachtmoedige en gevoelige meisje dat zichtbaar leed door de liefdeloze sfeer die haar omringde en verlamde. Al op negen jarige leeftijd kreeg Maria, naast een groot deel van het huishouden, en het regelmatig bedelen voor "lenen" van geld, bij buren en familie, er de zorg voor het pasgeboren broertje bij. Al die zorgen, de armoede en de angsten veroorzaakten bij de opgroeiende Maria met haar gevoelige natuur, een sterk verlangen naar liefde en harmonie. Die sfeer van geborgenheid en goedheid welke ze zo goed kende van de bezoeken aan Oma en Opa, die woonden in het kleine dorpje bij de zee. Oma was humoristisch en zorgzaam, Opa was een sterke, filosofisch ingestelde man, een socialist, die prachtig kon vertellen over een andere, betere wereld die weldra zou ontstaan, waar geen plaats was voor armoede en ellende, en iedereen in vrede kan leven. Daar, in dat dorpje bij de zee, waar de angst om ruzies niet aanwezig was, kwam Maria tot rust.
De eerste keer dat Maria de oma van haar vriend zou ontmoeten, was ze heel onzeker geweest. Maria, met haar minirok en wilde blonde haren verwachtte op zijn minst een afwijzende blik van de oude vrouw, de zoveel van haar vriend hield dat ze hem haast verafgode. Zou ze goed genoeg zijn in de ogen van de vrouw, van wie ze zoveel bijzondere verhalen had gehoord? Maria wist dat de oude vrouw zeer op zich zelf was, dat ze bijna geen contact met andere mensen onderhield. Er werd verteld dat ze helderziende was, en niet zo op mensen was gesteld. Ze kwam nooit op verjaardagen, bruiloften en begrafenissen, ze was zelfs niet op de begrafenis van haar eigen man geweest, dus wat moest ze met Maria? "Dit is mijn meisje" zei de jongen, toen ze het kleine huis van oma binnen kwamen. De ogen van Maria en de oude vrouw ontmoetten elkaar en terwijl een glimlach op het gezicht van de oma verscheen waren haar woorden "dag, Maria je heet net als ik". Nog nooit in haar leven had Maria zich door iemand zo onvoorwaardelijk geaccepteerd gevoeld dan door deze oude vrouw, een gevoel van warmte en liefde doorstroomde nu haar hele wezen, alsof ze ergens thuis kwam. Door de jaren die volgden is dit gevoel, voor de vrouw die ze oma ging noemen, nooit veranderd. De oude wijze vrouw en het jongen meisje waren verwante zielen, zo voelde het. Toen het moment van sterven voor de oude vrouw was aangebroken, wilde ze niemand dan alleen Maria aan haar sterfbed hebben. Met in haar jonge hand, de koude magere hand van de stervende vrouw, was er bij beide het gevoel, dat het goed was. Op het moment dat oma stierf, voelde Maria dat iets, van deze bijzondere vrouw haar deel werd. Het was een zaadje van de mystiek, van de oude wijze vrouw, dat in Maria's ziel werd uitgestrooid en een vruchtbare bodem vond. Zo werd Maria, ingewijde in het mystieke leven met een diepte in haar ziel, die haar de rust kan geven, om God te kunnen ontmoeten.
In de weken voor kerst was Maria enorm zwaar geworden. Aan haar dikke buik kon je zien, dat de bevalling niet lang meer op zich liet wachten. Maria zag er prachtig uit, en niet alleen door haar mooie uiterlijk, de blonde haren die op haar schouders golfden en haar lichte blauwe ogen, er was meer. Maria, leefde in het volle vertrouwen dat alles goed kwam en had haar huis in een prachtige kerstsfeer gebracht. De kerstboom groter dan ooit, de versiersels, de lampjes, alles was er, een heerlijk huislijke sfeer, waarin het kindje geboren moest worden. En natuurlijk de babykamer. Alles was in wit met blauw, de wieg, de gordijnen, zelfs de knuffels en kleertjes, Maria twijfelde er niet aan en had alles voorbereid op de geboorte van haar zoon. Maar de dagen gingen voorbij, en Maria's kindje werd nog steeds niet geboren al was ze al 14 dagen over tijd. Toen moest er worden ingegrepen en Maria werd opgenomen in het ziekenhuis. Alle vertrouwen, alle hoop op een prettige bevalling verdwenen als sneeuw voor de zon. Maria lag in het onpersoonlijke ziekenhuisbed en was erg angstig voor wat er gebeuren ging. De weeën werden opgewekt en vijf en twintig uur lang beleefde Maria de meest onzekere en pijnlijke uren van haar leven. Een team van artsen en verpleegsters deden alles wat mogelijk was om het kind gezond op de wereld te brengen in de donkere kerstnacht. Maria realiseerde zich dat het geboren worden van kinderen uit de Goddelijke sferen, voor hun eigenlijk een sterven betekent en had groot medelijden met haar kind dat bezig was geboren te worden. Toen haar kindje na een heel moeilijke bevalling eindelijk gezond op haar buik werd gelegd was er een gevoel van bevrijding voor Maria. Er was iets volbracht. Een gezonde jongen, negen pond zwaar, met een paarse vlek op zijn hoofd, een afdruk van vacuümkap waarmee hij was gehaald. Maar de pijn was nog niet over, Maria was behoorlijk uitgescheurd en het hechten hiervan duurde drie uren lang. Toen Maria naar een zaal was gebracht, viel ze in slaap, al na een uurtje werd ze weer wakker, het was nog donker buiten, sneeuwvlokjes kwamen zachtjes voorbij het raam dwarrelen. Toen kreeg Maria eindelijk haar zoon in haar armen en was er rust en stilte om hen heen, eindelijk kon ze hem eens goed bekijken. Ze nam het kind in haar armen, zag zijn mooie ronde gezichtje en zei "Dag, mijn zoon", terwijl ze bewust werd van zijn bijzondere gaven. En toen, terwijl Maria in de lichte blauw ogen van haar zoon keek, opende deze zijn mond. En uit zijn mond klonk een voor Maria zeer vertrouwde stem die zei "Dag Maria". Even schrok Maria, droomde ze? was ze te veel verzwakt? maar weer ging het kleine mondje open en zei, "Dag Maria"
Na enkele jaren, kreeg Maria nog een kindje, een lief mooi meisje. Ze had hemels blauwe ogen en raven zwart haar. Dit is een kind van de zomer, die geboren is tussen de bloemen en de vlinders, een meisje dat de natuur in zich draagt.