|
1
Kluizenaar noemen de mensen mij
Geen bezit en geen bezwaar
Geen adres om naar te schrijven
Ik bezit geen gedachten, en bezit geen waar.
Hoog in de bergen kan men mij vinden
Ver weg van de mensen met hun haast
Waar de vogels uitgelaten zingen
en de berggeit lustig graast
Daar hoor ik de sterren spreken
Luisterend naar de zachte wind
Naar de engelen en de feeën
Die vertellen over het kind
Over zijn wonderen en zijn weten
Over zijn woorden mooi en rein
Over de zieken en de armen
Over zijn lijden, en zijn pijn
Zo hebben de profeten gesproken
In de tijden van weleer
Toen zij wisten te vertellen
Hij die het weet, daalt bij ons neer
Kerstfeest is het feest van vrede
Feest van vrede met je hart
Van het licht dat terug komt
In de stille, stille nacht
Heldere sterren aan de hemel
Heel ver weg en toch dichtbij
Overal die kleine lichtjes
Maken kluizenaar heel blij
Kluizenaar voelt de stilte
Die over de wereld valt
Een zachte wind gaat door zijn haren
Een zachte wind gaat door zijn hart.
In de verte klinken klokken
Heel ver weg en toch dicht bij
Het kerstfeest is aangebroken
Daar horen alle mensen bij
|