|
Paranormaal 86
"Wat denk jij van Heerenveen?" Die vraag werd me vorige week
vaak gesteld. "Dat gaan We wel even winnen, denk je niet?" Maar
ik moest steeds zeggen dat ik er nog geen goed gevoel over had, maar
wellicht kwam dat nog.
De grote uittocht.
Wij, mijn zoon Martijn en ik, gingen met de trein naar het stadion de
Kuip in Rotterdam. Bij het station in Heerenveen troffen we duizenden in
de "Friese" kleuren uitgedoste mensen, die er enorm veel zin in
hadden. Bij Woerden doorsneed de trein het groene hart, waar het water
hoog in de sloten staat en het gras lang en mals is. Van diepte
ontwatering willen ze daar schijnbaar niet zoveel weten, terwijl het hier
zo nodig schijnt te moeten. In de dorpen en steden waar we langs komen
staan de huizen dicht op een geplakt en is er voor de mensen weinig ruimte
gereserveerd. Tot vlak langs de spoorbaan zijn de kleinste hoekjes grond
als "volkstuintjes" in gebruik. Een groot bruin paard stond zo'n
klein hoekje kale grond over de malse weilanden te staren, niet gehinderd
door de langs rijdende trein.
Stadion wekt agressie op.
Het is aan de supporters uit Friesland en Limburg te danken dat het
voetbal op hemelvaartsdag weer eens een positieve indruk heeft
achtergelaten. Aan de hele entourage rond het Feyenoord stadion heeft dat
in ieder geval niet gelegen. Overal zware hekken, overal politie en
bewaking diensten hoewel die gelukkig geen werk hadden. Iedereen moest
door een klein poortje om dan gefouilleerd te worden.
Even flitste het door me heen dat we nog maar enkele dagen eerder de
oorlog hebben herdacht. Ook toen gingen mensen in treinen, ook toen werden
mensen door hekken heen geloodst. Ik zal toch wel gek zijn als ik me voor
zo'n duur toegangskaartje ook nog als een misdadiger laat behandelen. Toen
ik aan de beurt was om gefouilleerd te worden keek ik die man eens
vriendelijk aan en zei: "Ik heb niets verkeerds bij me" terwijl
ik verder liep. Later begreep ik wel waarom het allemaal zo streng was,
want wanneer er werkelijk iets gebeurd in dat stadion kom je er niet zo
maar weer uit, dan gebeuren er echt ongelukken. Je zit zo dicht op elkaar
gepakt, en er is maar één kleine uitgang waar dan zo'n anderhalf duizend
mensen doorheen moeten. Hoewel het publiek en alles fantastisch was vond
ik dat stadion een hele nare, zelfs agressieve sfeer uitademen. Een
agressiviteit waar door de supporters van Heerenveen en Roda gelukkig niet
op gereageerd werd. Maar ik zal er in de toekomst niet vreemd van staan
kijken als er rond dat stadion van alles gebeurd wat niet door de beugel
kan. Ik hoop dat het stadion van Heerenveen blijft zo als het is, met
vriendelijke mensen bij de ingang en zonder al die poespas.
En toen werd het stil.
De spelers van Heerenveen kwamen het veld op om zich op te warmen voor
de belangrijke wedstrijd. Het viel me op dat ze dat anders deden dan
normaal de gewoonte is. Normaal gesproken wordt er geconcentreerd en
volgens vaste patronen opgewarmd. Nu rommelde alles maar wat door elkaar
heen.
Het Fries volkslied zegt mij persoonlijk meer dan het Wilhelmus. Vooral
als het uit duizenden kelen komt, geeft het de onverzettelijke Friese
volksaard weer. Maar al direct aan het begin van de wedstrijd werd het
duidelijk dat dit Heerenveense team die onverzettelijkheid niet kon
vertegenwoordigen. Eerst leek het er op dat het publiek de elf van Foppe
de Haan er door zou helpen, maar de Limburgers bleken sterker, en het
publiek had dit na een kwartier spelen ook al door. Het werd ijzig stil
aan de kant van het grootste gedeelte van het publiek, het Friese publiek.
Eigenlijk leek het nog het meest op een klucht. Al die meegereisde Friezen
rond dat voetbalveld, doodstil.
Thuis was alles versierd.
Op de terugreis was in de trein volop bier verkrijgbaar. Er werd veel
gemopperd over het slechte spel van "ons" elftal. Op wat half
dronken supporters na had niemand zin in een feestje in het centrum van
Heerenveen. Door alle aandacht die deze wedstrijd in de kranten en op TV
heeft gehad, met alle toeters en bellen, was het niet zomaar een voetbal
wedstrijd geweest. Het gesjoemel met de kaartjes voor af, heeft velen
trouwe bezoekers van het Abe Lenstra stadion een vieze smaak in de mond
gegeven. Dit was allemaal zo on-Fries geweest, en dan ook nog op zo'n
domme manier verliezen.
Daar, in dat stadion in Rotterdam was voor velen hun Friese hart danig
geblesseerd geraakt, en ze gingen nu maar liever gauw naar huis. Terwijl
enkele licht beschonken jongeren polonaise liepen in de trein, onder het
brullen van een eigengemaakt lied met de tekst "Waar is die beker
nauw", eindigde de reis 13 uur later waar hij begon, op het station
van Heerenveen.
Het was even over twaalven toen ik thuis kwam in Oosterzee-Buren. Mijn
vrouw Willy had de kamer versierd met veel kleurige slingers. Niet omdat
ze ergens in haar stamboom nog Limburgse voorouders heeft (haar oma was
een Limburgse kokkin), maar gewoon, omdat ik jarig was.
Jac. Zitman
Paragnost/magnetiseur
Oosterzee-buren
tel:0514-562345
|