|
De
Oude Friezen
Vele
oude beschavingen op onze aarde zijn al eeuwen geleden verdwenen.
Hoogstaande culturen van de Inca's en de Maya's in Zuid-Amerika, de
Egyptenaren, de Grieken en zoveel andere volkeren lieten prachtige
kunstvoorwerpen na, die getuigen
Van hun hoogstaande beschaving. De Aboriginals in Australië en de volken
van Oceania leefden als zovele natuurvolken in harmonie met Moeder Aarde.
Als zo velen zijn de Indianen van Noord-Amerika het slachtoffer geworden
van de hooghartige Europeanen, die dit prachtige trotse volk tot een
kermis attractie in een reservaat heeft gemaakt. Niets is meer over van
hun spirituele en medische kennis, hun unieke samenleving en re spekt voor
het leven. Het waren de hebzuchtige Europese machthebbers die onder het vaandel van het Christelijk geloof deze
"heidenen" bekeerden en alles van ", aarde afnamen, niet
alleen bezittingen, maar bovenal hun eigenwaarde.
Het beeld dat we van de Oude Friezen in de tijd voor Bonifatius hebben
gekregen uit onze geschiedenislessen is die van een stelletje heidense barbaren die drinkend en vechtend door het land
trokken, een spoor van verwoestingen achter zich latend. Recente
opgravingen geven gelukkig een ander beeld van een duidelijk beschaafder
volk. In 1988 heeft Radio Veronica een uitzending gemaakt over mijn
visioenen uit een ver verleden, bij een bezoek aan een boerderij van een
kunstenaar die ik regelmatig bezocht. Visioenen die zich afspeelden op een
terp op 't Heech te Wetzens in het Noorden van Friesland.
Hier volgt een verslag van mijn paranormale belevenissen over het leven
van de Oude Friezen.
De
oudste indrukken over duizenden jaren geleden
De
heuvel lag ver landinwaarts aan een rivier en had door zijn ligging de
functie van een verdedigingspunt. Over de rivier konden vijanden en
reizende handelaren het land inkomen, deze moesten wel een soort tol
betalen. De Waddenzee bestond niet, de kust was voor bij waar nu de
Waddeneilanden liggen. Op de heuvel, nu het Heech, was een open plaats
waar rituelen en bijéénkomsten werden gehouden, onder een reusachtige
eik, die omgeven werd door enkele hutten van kleiachtige, gele grond en
takken en een vuurplaats. De groep mensen die daar gekleed in
dierenvellen, leefden bestond uit een soort families en het dagelijks
leven werd bepaald door de vrouwen. Ook was er een oude man, die als
natuurlijke leider de rituelen uitvoerde. Hij was de genezer en ziener,
sprak recht, zónder te straffen, en had hoog aanzien. Het volk kende de
natuur en noemde haast alles heilig. Uit hun veeteelt offerden zij dieren,
iets tussen een schaap en een geit, maar dan groter. Ze wierpen ze in de
rivier en lieten ze in het bos achter als voedsel voor het wild, waar ze
zelf ook op jaagden.
Op
mijn hurken probeer ik een wortel uit de mulle grond te graven. Plotseling
schokt de aarde en met een razende herrie zie ik een muur van wel 10 meter
hoog water op me afkomen. Er zijn geen gevoelens, geen neiging tot
vluchten, geen angst, niets.
De alles meesleurende waterhoos is te overweldigend; Er is zelfs geen
"ik" meer die het beleefd.
Ze leven van veeteelt en beperkte landbouw, het is een volk van boeren,
vissers en jagers, terwijl er ook veel gehandeld wordt
met reizigers langs de rivier die een centrale rol speelt in het leven van
dit beschaafde volk. Het is een mooi en sterk volk, kunstzinnig en
edelmoedig Ze leven uit een sterk groepsgevoel en hebben een sterk
vrijheidsgevoel. Op de heuvel bij de eik, leeft een kleine gemeenschap van
wijze mannen en vrouwen, die door het volk eerbiedig de zonen en dochters
\van de Goden worden genoemd. Zij bepalen d.m.v. de stand van maan en zon
de feestdagen, zijn zieners en zeer goede genezers. Ze geven door het
vertellen van verhalen de geschiedenis en cultuur door.
Ook zijn zij de spreekbuis van de "Goden" zoals zij respectvol
de verschillende aspecten van de natuur noemen, zoals de wind, de aarde,
de rivier enz. Als één van hen sterft wordt hij rechtop tussen de
wortels van de eik begraven, en worden zo deel van de prachtige boom.
Veel
Later
De heuvel is veranderd in een plaats van de dood, er
staan galgen en brandstapels. Een alles doordringende stank, koud, een
dodenakker, waar een enkeling op zoek is naar waardevolle zaken. De
monniken en andere machthebbers die het in deze tijd voor het zeggen
hebben, gebruiken de heuvel voor terechtstellingen van allerlei
misdadigers, heksen en andersdenkenden, die duivels worden genoemd.
Hiervoor hebben ze deze plaats gekozen om zo te laten zien dat ze macht
hebben over de heilige plaats.
Op
deze wijze maken ze het oude volk, dat hier niet meer durft te. komen,
kapot en leggen hun geloof en wil op, het kost het volk zijn vrijheid!
De
eik is weg.
Weer
later
Hoewel
het nog steeds een dodenakker, eigenlijk een terechtstelling plaats is, is
er iets positiefs gekomen. De eerste tegenstanders van de monniken komen
hier stiekem bij elkaar om te luisteren naar bezielde mensen die openheid
en vrijheid prediken. Hun volgelingen zijn strijdbare mensen met sterke
wraakgedachten. Dood en vernietiging gaan door het land, wat nu geleidt
wordt door de verre nazaten van het oude volk, maar die niets meer van hun
geest in zich hebben.
Het
oude volk dat ik leerde kennen op deze bijzondere plaats, deze terp bij
Wetzens vond ik een prachtig volk. Ze stonden dichter bij God, in zijn
algemeenheid, dan de mensen nu, door hun grote eerbied voor alles wat
leeft. Ze kenden geen bezit, en hielden niet van geweld, deze vrije mensen
met grote eigenwaarde die ons verleden vormden. Er zijn nog vele indrukken
en gevoelens die ik rond deze mensen heb, maar die ik niet zo makkelijk
onder woorden kan brengen. Als magnetiseur ben ik vanzelfsprekend
bijzonder geïnteresseerd in hun spirituele en geneeskundige kennis.
Amateur
archeologen die de Terp en de omgeving onderzochten vonden opvallend veel
herinneringen aan langdurige bewoning van dit gebied, zoals ze me
verzekerden. Een oude bewoner, die geboren is in Noord-Friesland
herinnerde zicht een afgraving van deze Terp die in zijn jeugd plaats
vond. Als kleine jongen was hij er als kind getuige van dat vele skeletten
bij de afgraving te voorschijn kwamen.
|