|
Meevoelen
van pijn
De magnetiseur
en paragnost worden vaak ten onrechte door elkaar gebruikt, terwijl er
toch een duidelijk verschil bestaat. Een magnetiseur is iemand die
beschikt over het natuurlijke vermogen tot genezen, en daar van bij de
uitoefening van zijn beroep gebruik maakt. Sommige magnetiseurs beschikken
naast dit vermogen ook over meerdere paranormale kwaliteiten. Men noemt ze
paragnost zoals ondergetekende.
Het leven wordt niet
geopenbaard door lagen opgeslagen informatie op elkaar te stapelen. Dit
wordt kennis. Kennis is informatie die passief is gemaakt. Het leven wordt
geopenbaard in het ‘weten’. Weten is bewegende, vrije, spontane
informatie. De wetenschap concentreert zich volledig op kennis, en in het
bijzonder op kennis die verenigbaar is met de zintuiglijke waarneming.
Gebruik je fysieke zintuigen, geniet er van, maar geloof nooit ook maar
een ogenblik dat zij de volledige werkelijkheid weergeven.
De paragnost kan waarnemingen doen die buiten de bekende zintuiglijke
waarnemingen om gaan. We noemen dit wel helderziend, helderhorend,
helderruikend, heldervoelend en helderwetend. In mijn praktijk gebruik ik
deze vermogens voor het ‘invoelen’
van een patiënt ten dienste van het genezing proces. Dit betekend dat ik,
wanneer ik met een patiënt bezig ben, iets van de klachten meevoel als of
het mijn eigen klachten zijn, dit 'meevoelen' op zich werkt al genezend
voor de patiënt! Kunt u zich voorstellen hoe het is om naar die
oorlogsbeelden op tv te kijken, hoe dat meevoelt?
Genezen
met je handen
De termen magnetiseur,
handoplegger en strijker duiden op dezelfde groep genezers. Hoewel het
idee dat de genezing door de overdracht van energie via de handen plaats
vindt, speelt de geestelijke gesteldheid
van de genezer ook een belangrijke rol. In de geschiedenis valt er
moeilijk een onderscheid te maken, tussen de handoplegging in de
gebedsgenezing en de handelingen van de genezer. In onze tijd kan gesteld
worden dat beide benaderingen zowel maatschappelijk als inhoudelijk
verschillen. Terwijl de religieuze achtergrond bij de gebedsgenezing
centraal staat, is dit bij de beoefenaars van de magnetiseurs niet het
geval. Hoewel deze laatste over het algemeen spiritueel zijn ingesteld,
stellen ze de patiënt centraal. Bij magnetiseurs is onomstotelijk vast
komen te staan dat je er niet perse in hoeft te geloven. De
behandelingsresultaten van kleine kinderen en dieren hebben dit bewezen.
In vrijwel alle culturen
treft men de archetypische figuur van de
‘genezer’ aan. China, India, Egypte en Israël kenden scholen
op dit gebied, met een eigen taakopvatting en traditie. Ook in Europa
kenden de Kelten, de Germanen en later de Grieken en Romeinen mensen die
hun paranormale krachten aanwendden ter genezing van anderen. Vanuit de
Middeleeuwen komen vooral de ideeën van Raracelus (1493-1541) naar voren.
Hij poneerde een theorie over ziek en gezond zijn, waarin een alles
doordringende levenskracht centraal stond. De Oostenrijkse arts Franz
Anton Mesmer (1734-1815) bouwde deze theorie uit tot het zogenaamde
Mesminisme. De genezingskracht die via de handen werd overgebracht noemde
hij 'Animaal Magnetisme'.
Erkenning
voor magnetiseurs
Mesmer
behaalde grote successen met zijn therapeutische inzichten, die aan
Europese Universiteiten als moderne wetenschap werden gedoceerd. Een
belangrijke stimulans vormde 'De bijdrage tot den tegenwoordige staat van
animalisch magnetismus in ons Vaderland', uit 1814 van drie Groningse
Medici: G.Bakker (Hoogleraar in de Geneeskunde), H.Wolthers (Doctor in de
Geneeskunde) en P.Hendriksz (Chirurgijn). Zij verklaarden dat het
Magnetisme grote mogelijkheden biedt, ook bij moeilijk of niet te genezen
aandoeningen. De Nederlandse medische wereld was onder de indruk van het
Magnetisme, vele artsen publiceerden over dit onderwerp. Niet alleen
artsen maar ook leken beoefende deze geneeswijze. Van Overheidswege
bestond de mogelijkheid te behoren tot de ‘Personen door Zijne Majesteit
tot uitoefening van het magnetismus Geregtigd Zijnde’. Alleen kerken
waarschuwden tegen het ‘Duivelse Magnetisme’. We zien heden ten dage
helaas dat sommige fundamentalisten deze ideeën nog steeds ventileren. De
theorie van Mesmer werd rond 1840 steeds meer verdrongen door een nieuw
opkomende psychologische school, het Hypnotisme. In 1865 werd de wet van
Thorbecke aangenomen die het magnetiseurs Juridisch onmogelijk maakte te
praktiseren. Veel magnetiseurs moesten voor de rechter verschijnen,
wanneer ze mensen wilde helpen een dragelijker leven te leiden. Heden ten
dage is het gelukkig weer toegestaan, zeker wanneer de magnetiseur geen
vervanger van de reguliere geneeswijze wil zijn.
|