|
Afgelopen week zijn we met het hele gezin een week op
Schiermonnikoog geweest. Niets dan ruimte en rust in een van de
natuurlijkste gebieden van ons land. Elke keer dat we er komen is het toch
weer anders. Het wad is altijd in beweging. Een prachtig eiland waar een
mens nog alleen kan zijn. Toen we terugkwamen had onze oude kip zo als
verwacht haar eieren uitgebroed. Het resultaat is zes kuikentjes die met
hun kokkelende moeder rondscharrelen. Ook moest er een zandbak voor onze
kleindochter komen. Die had op het strand ontdekt hoe mooi je daar in kan
spelen.
Eenzaamheid
Een al wat oudere vrouw bezocht me in mijn praktijk
omdat ze last had allerlei klachten. Lichamelijk en geestelijk was ze in
de onderwal geraakt. In het gesprek dat we hadden bleek dat ze zich vaak
heel eenzaam voelde. ‘Met mooi weer ga ik vaak wat buiten staan met mijn
hark’. ‘Dan heb ik een praatje’, vertelde ze me. ‘Ik mis nu ook
mijn overleden man weer veel meer’. ‘Ik ben al meer dan twintig jaar
alleen, maar nu …’. De tranen liepen over haar wangen. ‘Eenzaamheid
vreet je langzaam op’.
Het kleine boerderijtje waar ze ooit met haar man
ging wonen had ze vorig jaar verlaten. Ze was in het dorp gaan wonen om
daar haar oude dag te slijten. Het boerderijtje was verhuurd aan een jong
stel uit de buurt. Ze had het voor veel geld kunnen verkopen aan ‘rijke
toeristen’. ‘Zo is het beter, verkopen kan altijd nog’, was haar
redenatie.
Het is best gezellig dat ze nu wat meer aan het sociale leven kan
deelnemen. Dat ze haar boodschappen wat makkelijker kan doen. En kabel
televisie. ‘Ik kan nu alle soaps volgen’, lachte ze, ‘op het
boerderijtje had ik nog een antenne’. ‘Maar, ik heb het nooit gemist
hoor, ik keek toch haast nooit’.
Mensen van de ruimte
Mensen van de polder, van de vlakte, hebben met de
mensen van de zee gemeen dat ze de wijde horizon kennen. Dat ze de ruimte
kennen waarin verder niemand anders is. Waar je gewoon je zelf kunt zijn
zonder met iets of iemand rekening te houden. Waar je angsten verdwijnen
en er alleen aandacht is. Alleen dat wat je ‘zijn’ zou kunnen noemen.
Voor mensen die van kind af aan op de ruimte hebben gewoond
is het vanzelfsprekend. Als kind hebben ze niets anders meegemaakt
en dit speciale ‘gevoel’ is altijd wat bij ze gebleven. Wanneer ze het
nodig vinden zoeken ze even het alleenzijn op. Voor een natuurlijke
meditatie.
Alleenzijn heeft meditatie in zich. Het is de vreugde
van het hebben van eigen ruimte. Alleen zijn is positief. Niet het alleen
zijn wat eenzaamheid in zich heeft. Dat is negatief, we zijn dan zielig.
Alleen zijn zonder dat men afhankelijk is van wat voor situatie dan ook.
Zonder dat er voorwaarden geschapen hoeven te worden.
Wanneer we wensen dat de situatie anders is. Wanneer we aanspraak wensen.
Dan maakt alleenzijn makkelijk plaats voor eenzaamheid.
Terug naar alleenzijn
Mijn bezoekster begreep heel goed wat ik bedoelde
toen ik haar uitlegde dat ze zich juist in het dorp tussen de mensen
eenzaam kan voelen. Als je als mens van de ruimte in een stad of een dorp
gaat wonen ben je die ruime horizon kwijtgeraakt. Je kunt niet meer even
alleenzijn. Je natuurlijke meditatie valt weg.
Dan kun je natuurlijk makkelijk een heel verhaal ophangen. Zo van
‘zoek bezigheden of een vriend’. Ook zou je kunnen zeggen dat mijn
bezoekster dieper in zich zelf moet kijken om dat gevoel van alleenzijn te
zoeken. Te gaan mediteren. ‘Ga zo nu en dan eens naar Schiermonnikoog’
stelde ik haar voor. ‘Daar kun je nog alleenzijn’.
Een jaar later kwam ik haar tegen met fietstassen vol boodschappen. ‘Hè
Zitman’ riep ze me toe, ‘ik ben weer in mijn oude huisje’. Haar
jonge huurders wilde toch liever in het dorp wonen nu de vrouw haar eerste
kindje verwachtte. ‘Ze zitten nu in mijn huis in het dorp, iedereen
blij’. ‘Nu kan ik weer heerlijk alleen zijn’.
|