|
Over medicijnmannen en
kwakzalverij
De mens is voor zijn voeding en vele andere behoeften met in begrip van
de geneesmiddelen altijd sterk van de plantenwereld afhankelijk geweest.
Volksgeneeskunst, gebaseerd op planten, was oorspronkelijk de enige
geneeskunde die de mens bekend was. Wij zijn aan de volksgeneeskunst veel
verschuldigd: ze is de bron van onze kennis van de meeste van onze
geneeskruiden. Hiervan heeft ook de farmaceutische industrie dankbaar
gebruik gemaakt, een groot deel (het grootste deel) van de moderne
medicijnen zijn hierop gebaseerd. Waarom worden door apothekers en artsen
dan geen plantdelen, kruiden, gebruikt bij het genezen van patiënten?
zult U zich afvragen. Het antwoord is heel simpel: de farmaceutische
industrieën zijn gek op het patent, alleen verkoop recht, van hun
middeltjes en pillen. En op kruiden worden geen patenten verstrekt, omdat
planten uit de natuur komen zonder toevoegingen van de mens. Iedereen kan
dus planten verbouwen en, want daar gaat het helaas allemaal om, verkopen.
Omdat de farmaceutische industrieën dus niet genoeg aan kruiden kunnen
verdienen, geloven ze er zogenaamd niet in. Zo ziet U maar, als er een
addertje onder het gras zit heeft het helaas weer met de centjes te maken.
Eeuwen oude geneeswijze
Historische documenten, waar ook geraadpleegd bevatten talrijke
verwijzingen naar geneeskruiden. Misschien zijn de oudste, uitgebreidste
en duidelijkste beschrijvingen die in de "Codex Hammurabi", van
Hammurabi, koning van Babylonië van 1728 tot 1686 voor Christus. Hij liet
verschillende teksten in steen beitelen, waarvan een aantal gelukkig
bewaard is gebleven. Na ontcijferd te zijn, bleken ze vele verwijzingen te
bevatten naar het gebruik van geneesmiddelen, en wel kruiden zoals Senna,
Bilzekruid, Zoethout en muntsoorten: planten die allemaal nog gebruikt
worden in deze tijd, en met veel succes.
De tempel van Karnak in Egypte vertoont inscripties van medicinale
planten die helemaal uit Syrië in 1500 voor Christus door een expeditie,
uitgezonden door Thoetmoses de tweede, moeten zijn meegebracht. De oudste
geschreven documenten zijn afkomstig uit Egypte en bewaard op rollen van
Papyrus: een soort voorloper van papier gemaakt van nijlbies. De
beroemdste rol, de Papyrus van Ebers, daterend uit de zestiende eeuw v.
Chr., is een verzameling van vroegere geschriften. Deze bevat een groot
aantal voorschriften en recepten, 877 om precies te zijn Onder de vele
kruiden die genoemd worden zijn: Hennep, Opium, Wierook, Mirre, Aloë,
Jeneverbes, Lijnzaad, Wonderolie, Venkel, Senna, Tijm en Henna. In vele
recepten zijn gommen en harsen van plantaardige oorsprong verwerkt. De
farmaceutische industrie is enorm geïnteresseerd in de zgn. werkzame
stoffen uit die planten, omdat ze daar na isolatie, wel patent op aan
kunnen vragen. Helaas blijken de bijwerkingen dan vaak erger dan de
ziekte, en kan de goede werking alleen gewaarborgd worden door de gehele
plant te gebruiken.
De Egyptenaren maakten ook al gebruik van antibiotica. Ze gebruikte
modder, die straal schimmels bevatte, met antibiotische stoffen, als een
pap op zwerende wonden. Beschimmeld brood was in die tijd, 3500 jaar
geleden, een ander Egyptisch geneesmiddel, dat zijn werkzaamheid dankte
aan stoffen uit de schimmels. Indien de moderne geneeskunde deze oude
gebruiken serieus had genomen, zou de mens niet tot de jaren 30 van deze
eeuw hebben moeten wachten op de bijna toevallige ontdekking van de
bacteriedodende eigenschappen van deze het leven reddende stoffen.
Medicijnmannen en indianen
Werd er in die oude beschavingen al moeite gedaan om een en ander op
"papier" te zetten, bij de natuurvolkeren kennen een mondeling
overgeleverde geneeskruiden traditie. Bij de Afrikaanse stammen wijdt de
medicijnman kort voor zijn dood zijn oudste zoon of een andere
vertrouweling in zijn geheimen in. Hij neemt de leerling op zijn tochten
mee, en leert hem, of haar, de namen en werkingen van de planten. Ook
leerde hij zijn leerling de geestelijke zaken die bij het genezen horen.
De indianen bezaten een buitengewone omvangrijke kennis van hun flora. In
de tijd van de eerste contacten met blanken gebruikten stammen in
Noordoost-Amerika ca. 275 plantsoorten voor medicinale doeleinden, 130 als
voedselplanten, 30 in cultische ceremonieën en vele andere als
verfmiddel, parfum, rookwaar etc. De moderne geneeskunde heeft de
medicinale werking van vele planten pas door contact met Indianen,
Afrikaanse genezers en andere traditionele genezers leren kennen, maar is
vergeten naar hun geestelijke woorden te kijken.
Kwakzalverij
Het is dan toch wel een beetje raar dat veel kennis, afkomstig van deze
eeuwen oude geneeskunde door moderne artsen als kwakzalverij van de hand
wordt gewezen. Op universiteiten leren de artsen in spe niets van de
alternatieve geneeswijze, dus hun afwijzing is dan ook nog eens op geen
enkele wetenschappelijk inzicht gebaseerd. Toch zal er een tijd komen, dat
de huidige moderne geneeswijze zich weer wat meer naar deze
"kwakzalvers" zal moeten gaan richten. Je kan wel heel arrogant
die natuurgeneeswijze van de hand wijzen, en heel klinisch met het genezen
van mensen bezig blijven, maar het falen komt steeds meer in zicht. De
mens heeft naast de aandacht voor zijn lichamelijke ongemakken ook steun
nodig voor zijn geestelijk welzijn. Na de Priesters hebben de Psychologen
en Psychiaters geprobeerd deze rol op zich te nemen, maar zijn hierin
hopeloos mislukt. Met veel pillen proberen ze hun falen nog wat te
verbergen, maar het mag duidelijk zijn dat dit ook niet de juiste weg is.
Wat dat betreft kunnen ze nog veel meer van de oude natuurgenezers, met
hun aangeboren talenten, leren. Deze wisten, en weten nog steeds dat je
wellicht kennis kan vergaren op de universiteit, en dat dit ook heel
nuttig is, maar dat je daarmee nog geen genezer bent. Om genezer te worden
moet je niet alleen de kennis van de kruiden uit het verleden je eigen
maken maar ook, en dat zijn de meeste vergeten, de geest. Want de mens is
niet alleen zijn lichaam, maar veel meer. Dan kom je tot de conclusie: Wie
zichzelf niet kent, kan een ander niet genezen. |