|
Voor de Advaita
Post heeft Patricia van Bosse een interview gemaakt met Jac Zitman
Het zal in drie delen verschijnen.
Ook hier verschijnt het in drie delen, steeds na publicatie in de Advaita
Post.
Na de publicatie van de drie delen zal Jac er op reageren.
|
Naar de website van het
Advaita Centrum
www.advaitacentrum.nl |
Het
is niet iets om te bereiken, maar om te herkennen
Interview
met Jac Zitman (deel 1)
door
Patricia van Bosse
van Friesland woont Jac Zitman.
Zijn praktijkruimte is gevestigd in een oud kerkje, waar bij de deur een
bord staat ‘magnetiseur en paragnost’.
Als je binnen gaat is er een w
In
het dorpje Oosterzee Buren in het zuideninkeltje met grote potten
kruidenmengsels. We zitten te praten in de praktijkruimte aan het bureau.
Aan de muur hangen schilderijen en op allerlei plekken, binnen en buiten,
staan beelden die Jac voor een groot deel zelf heeft gemaakt. Op deze dag
neemt Jac de tijd te vertellen over zijn leven en zijn spirituele
inzichten. Begin jaren tachtig bezocht hij ‘een jaartje’ de
gespreksbijeenkomsten van Douwe Tiemersma. Hij vertelt hoe het na zijn
doorbraak, intussen wel twintig jaar geleden, verder is gegaan met zijn
kinderen en het werk in zijn praktijk.
Jac
schrijft wekelijks columns in het streekblad de ‘Zuid Friesland’. Op
zijn website(www.jaczitman.nl) zijn er een aantal te lezen, onder andere
over zijn spirituele ontwikkeling en de paranormale ervaringen in zijn
jeugd.
In je columns heb je geschreven over je ervaringen in je vroege
jeugd op paranormaal en spiritueel gebied. Hoe is je spirituele
ontwikkeling gegaan?
Eigenlijk
is het vanzelf gegaan. Ik vind het wel interessant om te zien wat er nou
precies is gebeurd. Hoe kwam
het nou dat een jongetje van zes, zeven jaar dat soort inzichten had? Een
van de eerste ervaringen die ik op paranormaal gebied had, was op die
leeftijd. Wij woonden in het huis van mijn oma en toen ik de trap afliep
zag ik nog net een zwarte
piet wegschieten in de schoorsteen. Toen wist ik dat daar een cadeautje
zou liggen. Ik was me er al gauw van bewust dat het beeld dat ik zag een
tussenschakel was om me informatie te geven waar ik met mijn zintuigen
niet bij kon. Je kon het cadeautje niet zien, niet horen, niet ruiken,
maar door het zwarte pietje wist ik dat het er lag. Ik mag blij zijn dat
ik niet een beeld van Jezus Christus heb gezien, dan was het misschien
slecht met me afgelopen. Maar met zo’n zwarte piet wordt het al gauw
duidelijk dat je dat beeld zelf hebt gecreëerd Het heeft me altijd
geholpen om te begrijpen dat het niet om het beeld gaat, maar om de
informatie die dat beeld je geeft.
Je
beschrijft in je columns nog andere ervaringen, bijvoorbeeld
dat je buiten met een buurmeisje een vogeltje ging begraven,
praatte over God en dat je toen werd opgenomen in licht.
Als
je als klein jongetje je op God richt en dan dat licht vindt, ja wat is
dan God? In ieder geval niet wat de dominee je erover vertelt. Ik heb het
eerst jarenlang laten liggen. Ik had wel allerlei boeken in huis van
Gerard Croiset, Bhagwan en Sai Baba, maar ik had geen tijd om te lezen, ik
was druk met werken en geld verdienen. Voor die tijd was ik een provo
geweest, altijd aan het ageren tegen de maatschappij, altijd aan het
vechten. Daarna was ik een yup, ik had een florerend elektricienbedrijf
opgebouwd, dat was eigenlijk ook vechten. Toen raakte ik dat plotseling
kwijt, eerst was ik heel rijk en toen had ik in een keer niets. In die
periode kwam het paranormale terug. Maar juist daardoor begreep ik al snel
dat al mijn waarnemingen gekleurd waren door de persoon en ik wilde
erachter komen wie nou degene was aan wie het zich voordeed.
Wat
ook belangrijk was dat ik mijn vader pas leerde kennen toen ik 27 was. We
zouden gaan emigreren naar Zuid Afrika en hij was vooruit gegaan. Mijn
moeder zou met de kinderen later komen, maar dat is nooit meer gebeurd.
Toen ik hem weer ontmoette, zag ik dat een groot deel van de
persoonlijkheid erfelijk is. Er waren zoveel dingen in hem die ik in
mezelf herkende, dat waren gewoon de genen. Als ik in mijn familie ga
kijken, zie je dat er heel veel zijn met die paranormale gave, maar ook
dat het allemaal mensen zijn geweest die alles loslieten, vechters die dat
zoeken in zich hadden. Die energie zie ik terug bij heel veel familieleden
en die kleurt altijd je persoonlijkheid. Dat speelt nog steeds, dat stopt
niet. Door dat inzicht weet ik nu dat het maar gebeurtenissen zijn in de
grote ruimte waar ik altijd weer naar terug kan. Als die energie niet
beperkt wordt dan kan het gewoon zijn gang gaan in de ruimte. Als buskruit
in een kleine ruimte ontploft gaat de hele boel kapot, maar als je het
buiten aansteekt hoor je pfff en is het weg. Ruimte is belangrijk en die
ruimte in jezelf is er altijd.
Ieder
mens kent wel die momenten dat je aan het fietsen bent en het gewoon
automatisch gaat. Jij bent er niet meer bij, hoogstens nog als waarnemer.
Meestal ga je het achteraf wel
claimen, dan zeg je dat heb ik zo goed gedaan of ik redde me uit die
situatie, maar in werkelijkheid was je er helemaal niet bij als persoon.
In
de confrontatie met mijn vader begreep ik dat je gemakkelijk de boel naar
de knoppen kunt laten gaan. Toen hij terugkwam, was hij ook alles kwijt,
maar hij was er niets beter van geworden. Zijn vrouw had een probleem met
haar longen en met haar ben ik naar de bekende paragnost Croiset gegaan.
Die vroeg mij waarom help je
haar niet zelf? Ik had dat
paranormale en ik had ook die ervaring van dat licht, maar ik begreep niet
wat het was, dus ik ging zoeken. Croiset kende dat licht ook wel, maar
meer als een ik die het licht beleeft. Hij raadde me aan naar yoga te
gaan, dan konden mijn energieën in harmonie komen. Ik heb toen in
Scheveningen waar ik woonde les in yoga gekregen van een vrouw. Op een
gegeven moment zei ze dat ze me niet meer kon helpen, maar wel iemand
kende die in India was geweest en die er wat van had begrepen. Dat was
Douwe.
Zo
kwam ik daar in dat gymnastiekzaaltje in Gouda terecht. Ik was natuurlijk
van een heel ander slag, dat ben ik nog steeds. Veel mensen volgden een
yogaopleiding, maar ik had wel in de gaten dat dat allemaal bijzaak was,
daar zocht ik niet naar, ik zocht naar de waarnemer. Ik probeerde te begrijpen wat je nu in werkelijkheid bent,
dat je niet die persoon bent met al die eigenschappen, maar dat je
het licht bent waar alles in verschijnt, de ruimte waar alles in
verschijnt en de stilte waar alles in verschijnt, datgene wat niet meer te
begrenzen is. Tegelijkertijd zeg je als je praat honderd keer ik en
eigenlijk kan dat niet, dat stoort elkaar en dan ga je zoeken. Aan het
einde van het verhaal kwam ik erachter dat de waarnemer ook maar een
waarneming is, dat de waarneming en de waarnemer bij elkaar horen. Als er
niets waar te nemen is, is er ook geen waarnemer. Opeens is er een
waarneming. Het komt op in dat wat ik in wezen ben. Dat is geen zelf, dat
is geen iets, dat is niet te definiëren Het gaat altijd gepaard met een
gevoel van heerlijkheid. Het gaat bij mij altijd gepaard met licht en een
gevoel van kracht.
Dat
zoeken was van binnenuit, ik heb nooit de behoefte gehad naar India te
gaan, ik zocht in alles altijd de ervaring zelf. Daarom pas ik niet in een
traditie, daar ben ik veel te eigenwijs voor. Ik had ook geen zin om me
met de mensen die yoga deden te bemoeien. Ik had mijn eigen zoektocht en
ik hoefde nergens bij te horen.
Je bent
nooit geďnteresseerd geweest in Advaita of andere stromingen?
Ik
ben even binnen komen lopen bij Douwe met een vraag: wat is er aan de
hand, waar gaat het om. En daarna ben ik gewoon weer verder gegaan. Hij
wist iets dat ik niet wist, ik ben even in de buurt gebleven en dan zag ik
wel of dat voldoende was. Ik had met andere mensen gepraat die me een
stapje dichterbij hadden gebracht, maar die niet het antwoord hadden. Toen
ik Douwe zag, dacht ik dat die het wel zou kunnen weten. Ik heb tenslotte
ook dat helderziende erbij.
Wat
Douwe doet vind ik heel waardevol, Douwe
is rationeel bezig, ook op de universiteit. Ik heb het eigenlijk allemaal
vanuit de mystieke kant gedaan. Maar ik waardeer erg wat Douwe doet, want
het is belangrijk dat hij dit soort dingen naar het niveau van wetenschap
kan brengen. In mijn praktijk heb ik er vaak mee te maken dat men zegt dat
het niet wetenschappelijk is, wetenschap is een autoriteit.
In
de satsangs van nu zie je dat het weer een bepaalde groep mensen is die op
een bepaalde manier wordt aangesproken. Het is toch een soort
semi-religieus gebeuren. Ik zit ook wel op internet te kijken en als ik
zie wat er gebeurt met al die guru’s moet ik me inhouden. Ik ben een
vechter, het liefst zou ik een knuppel in het hoenderhok gooien. Waar zijn
jullie nou eigenlijk mee bezig? Ze komen niet met eigen, nieuwe dingen,
maar baseren zich teveel op oude Indiase geschriften. We hebben nu niets
aan het beeld van een witte olifant, dat zijn dingen uit heel oude
religies die samengaan met een manier van denken en een bepaalde leefwijze
van toen en je ziet dat als dat hier gebracht wordt, mensen dat een beetje
na gaan lopen doen.
In
mijn praktijk komen soms mensen van heel ander slag, geen lieverdjes, maar
jongens die het vuile werk opknappen en bijvoorbeeld bij het
vreemdelingenlegioen hebben gevochten. Die zie je nooit in spirituele
bewegingen. Die kennen ook dat licht. Het zijn vechters die leren vechten
zonder aan zichzelf te denken. Die jongens zijn in de war en ze zoeken
iets. Ik kan ze direct pakken waar ik ze moet hebben, want ik ken hun manier
van denken. Dan gaat het soms heel snel.
Je
moet goed voor ogen blijven houden dat het een algemene menselijke
eigenschap is. Bij mannen zie je het heel vaak gaan in de vorm van
vechten. Bij vrouwen zie je veel meer dat ze het wel al begrijpen, maar
vrouwen hebben door hun hormonen meer de neiging te manipuleren, zorgen
dat alles in orde blijft, zorgen dat de jongen geaccepteerd worden in de
kudde.
Mannen
zijn de strijders, die huis en haard willen verlaten op zoek naar iets
nieuws. Bij de natuurvolken werden de mannen ingewijd, je werd weggestuurd
en je moest terugkomen met een beer die je had gedood. Dan zie je de dood
in de ogen en daarna ben je de beste vechter, want dan ben je niet meer
bang voor de dood. Mijn zoon heeft bij een auto-ongeluk zo’n soort
ervaring gehad. Als je aan het einde van de film komt, is er alleen nog
maar wit licht en dan gaat de film wel weer verder, maar zoals mijn zoon
zei, het had net zo gemakkelijk toen kunnen stoppen. Na zo’n ervaring
ben je niet meer bang voor de dood. Dat wordt natuurlijk wel weer gebruikt,
ingekaderd, door die vechters. Maar in feite is het niet te claimen door
een richting of een geloof. Het is veel algemener dan dat.
Ik ben iemand die zijn leven lang tegen
conventies heeft gevochten, dat zit in mijn genen. Ik kan daar heel goed
mee omgaan, ik heb er inzicht in. Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om
dat je beseft wat je in werkelijkheid bent en al het andere is gewoon
rotzooien en hoe spontaner je kan zijn hoe meer de dingen vanzelf gaan en
dan geeft het ook geen problemen. Het is allemaal niet zo belangrijk, er
is niets te bereiken verder. Toen ik mijn doorbraak had, besefte ik ook
dat het leven helemaal geen zin heeft, dat er verder helemaal niets te
bereiken valt. Je weet dat je altijd alles weer terug kan brengen naar die
ruimte, het is maar iets dat opkomt en verdwijnt, zoals een geluid in de
stilte. Normaal gesproken luister je van geluid naar geluid, maar het kan
ook dat de stilte er is en dat er geluiden in opborrelen, maar die stilte
wordt er niet anders van, wat voor herrie of wat voor mooi gezang er ook
is.
|
Het automatische doen
Interview met Jac Zitman (deel 2)
Hoe is je leven daarna verlopen?
Het belangrijkste is altijd mijn gezin geweest,
misschien ook omdat mijn vader het gezin in de soep had laten draaien.
Toen ik hem na al die tijd weer ontmoette, heb ik hem flink aangepakt -
heel rechtstreeks, open. Hij zei dat hij te trots was geweest. Nou dat kon
ik wel begrijpen. Ik heb door hem heel veel leren kennen van mezelf en ik
vind het mooi om te zien dat, omdat ik het verleden los heb kunnen laten,
mijn kinderen wel een goede opa aan hem kunnen hebben.
Is het nodig wel eerst die confrontatie te hebben?
Als je iets meemaakt in je leven dat conflict
veroorzaakt dan ga je dingen doen, vechten of vluchten. Dat is nou eenmaal
een menselijke eigenschap. Of je wilt er niets meer mee te maken hebben,
maar dan loop je vaak toch de hele dag in jezelf tegen je vader te
schelden. Ik ben wel iemand die meteen wat zegt, maar dat komt ook omdat
ik niet bang ben. Ik had al lang geleden geleerd angst naast me neer te
leggen. In een directe confrontatie ontstaat een stuk eerlijkheid. Ik kan
dat vergelijken met als ik zo’n ex-vechter ontmoet, wanneer ik hem in de
ogen kijk dan weet ik het. En zij weten ook dat ik het weet. Door die
confrontatie is er ook de mogelijkheid elkaar de ruimte te geven. Als je
mensen wilt afrekenen op het verleden is het eigenlijk afrekenen op het
ego.
Toen mijn zoon werd geboren had ik in de wieg al door
dat hij datzelfde in zich had. Ik ben gestopt met werken en ik ben naast
hem gaan lopen, de rest van zijn leven. Wij zijn naar Friesland verhuisd
en ik ben lekker met die kinderen bezig geweest. Op een gegeven moment
moest er toch weer wat gebeuren en ben ik tweedehands spullen gaan
verkopen. Ik wist wel dat ik ooit die praktijk zou gaan doen, maar ik had
het losgelaten. Op een gegeven moment kwam ik mensen tegen die hulp nodig
hadden.
Ik heb van dat paranormale altijd gezegd dat het een
talent is dat ik heb ontwikkeld en waar ik mee werk. Een ander gaat
vioolspelen. Ik zit liever hier te werken dan in de bouwerij en het is
mooi om mensen te kunnen helpen. Die vrouw met wie ik voor het eerst naar
Croiset ging, daar had ik niets voor, maar nu heeft haar achterkleinkind
ook last van haar longen en die kan ik nu helpen. Mijn vrouw had een
postnatale depressie na de geboorte van mijn zoon, mijn schoondochter zal
dat niet gebeuren, want ik weet nu hoe ik het moet voorkomen. Ik heb veel
bijgeleerd in die jaren. Elektricien vond ik ook leuk, het is een andere
manier van licht brengen, maar het heeft beiden niet te maken met dat.
Maar af en toe komt het wel eens te pas.
In eerste instantie zijn die paranormale beelden
belangrijk. Ga je daarnaar blijven kijken dan zit je weer aan die beelden
vast. Ga je een stapje verder en heb je dat door, dan is er in dat ik dat
die beelden herkent een direct weten, maar als dat ik verdwijnt is er een
direct handelen, dan valt alles weg en dan is er dat automatische doen
waar ik het over heb. Dat is uiteindelijk de normale of de egoloze
situatie. En als je dat principe kent, ga je het niet meer naderhand
claimen. Maar dat blijft oppassen, de dingen gaan vanzelf en dat betekent
dat het heel mooi is om te zeggen, ik heb dat toch maar zo gedaan. Het ego
wil het meteen claimen, dat is de werking ervan, maar als je dat inziet
ben je er ook weer los van.
Dat verklaart gevallen van kennelijk wel verlichte
leraren die toch de mist ingaan.
Dat kan gemakkelijk genoeg. Er komen in mijn praktijk
veel vrouwen die geen kinderen konden krijgen. Natuurlijks is het zo als
je geen kind hebt kunnen krijgen en iemand helpt je of je zit diep in de
put door een postnatale depressie en ik haal je eruit, er allerlei
gevoelens komen die persoonlijk van aard zijn. Maar dat leg ik gewoon uit
en ik maak er geen drukte over. Voor je het weet word je heilig verklaard
en daar moet je mee uitkijken.
Ik zit wel eens op die websites te kijken, de een
doet het zo en de ander zo en ik ben blij dat ik het in mijn praktijk kan
doen. De mensen komen omdat ze pijn aan hun been hebben of overspannen
zijn en in mijn werk kan ik het gebruiken. Ik had een stukje in de krant
geschreven over dat automatische, dat dingen gewoon vanzelf gaan. Op een
gegeven moment komt iemand naar me toe die zegt: het werkt, ik doe het de
hele dag! Wat is je beroep, vraag ik hem? Hij is vuilnisman. Die had het
begrepen en loopt de hele dag fluitend achter de vuilnisauto. Ik weet niet
meer wie het was, maar je zal met zeker respect naar alle vuilnismannen
moeten kijken, want het kan hem zijn.
Is dat dan voldoende doorbraak om niet meer terug
te vallen in het ego?
Als die doorbraak komt vanuit een situatie van
meditatie en dergelijke of als mensen de neiging hebben in een traditie te
blijven lopen misschien niet. Die kans is veel groter als je zegt dat het
helemaal niets bijzonders is, want het is alleen maar iets dat eigen is,
doorbraak is alleen maar een herkenning. Het kan bij de een wel met wat
meer gespetter gaan dan bij de ander, het kan enorme lichttoestanden geven
en dergelijke, maar ik blijf er toch bij dat het een situatie is waarin
het ego er niet is en dat komt in het gewone leven ook al heel veel voor.
Je hebt in de geschiedenis ook dat mensen op een berg
blijven zitten, want op de markt kunnen ze het niet vinden, ze kunnen dat
alleen in een heel speciale situatie ervaren. Dat heb je bij een vechter
bijvoorbeeld, als het er echt om gaat of jij of je tegenstander het eerst
een mes langs je keel haalt, of mensen die bergen gaan beklimmen of in de
sport records breken. Maar het gaat er juist om dat je beseft dat het je
natuurlijke staat is en zo’n vuilnisman heeft dat veel beter beseft dan
zo’n sporter die misschien een seconde sneller was dan de rest.
Zo’n ervaring is wel mooi, maar je moet oppassen
dat je niet als een halve heilige verder door het leven gaat. Bhagwan, Sai
Baba, dat soort mensen staan dat wel toe. Douwe was een van de eersten die
het naar Nederland bracht. Voor die tijd heb ik me kapot lopen zoeken. Ik
was misschien een van de eersten die dat weer van Douwe heeft begrepen. Er
is nu iets in Nederland aan het ontstaan. Het zou mooi zijn als hier die
dingen gewoon verteld worden als iets wat eigen is en niet met woorden uit
tradities. En als het niet weer zo’n elitegedoe wordt. Het gaat mij om
de gewone mensen, de elite is niet zo’n punt, die zullen niet de boel in
brand steken.
Als ik zou willen zou ik hier ook satsangs kunnen
geven, ik heb de ruimte, maar dan denk ik wat zouden die mensen hier komen
doen? Ik vertel het en dan kunnen ze gaan. En zo gaat het hier ook. Er
komt een man voorbij. Die zet zijn fiets neer en hij zegt, ik ben hier
binnengekomen en ik weet niet waarom. We praten wat en dan blijkt dat de
man een zoeker is, die gewoon op zijn intuďtie binnen is gestapt. Ik zeg
hem dan: als jij aan het fietsen bent, zijn er hele stukken dat het gewoon
helemaal vanzelf gaat. Nou dat is het. Ga maar weer, dat is het. Die
jongen is weer gegaan, die begreep het meteen. Dan ga ik toch niet weken
zitten praten met die lui. Als je het weten wilt, kom maar dan zal ik het
je vertellen en als je het niet snapt dan ben je er schijnbaar niet klaar
voor, of misschien vind je het later wel eens. Het heeft geen haast, als
je dood gaat komt het toch vanzelf, zeg ik dan, dus je hoeft ook die
moeite niet te doen. Jij wilt het en anders hoeft het niet.
Het is eenvoudig om het uit te leggen op basis van
de ervaring die mensen toch al hebben.
Wat moet je anders? Je kan ze niet een nieuwe
ervaring geven, dat zou weer uit het denken voortkomen. Het is iets wat er
al is. Het enige waarom ik er nog over praat is omdat mijn kinderen erover
praten, anders was ik het allang vergeten. Mijn kinderen zijn ook aan het
zoeken, maar zelf heb ik er helemaal geen belangstelling voor.
Je gaat gewoon je gangetje
Ja, je kan er niet bij stil blijven staan, anders zou
ik er ook bij blijven stilstaan dat mijn vader vertrokken is toen ik drie
was. Ervaringen van gisteren daar heb ik toch niets meer aan.
Toen ik het begreep moest ik erg lachen, want ik wist
het eigenlijk altijd al. Ik heb nog een pilsje met Douwe gedronken. Ik
dacht als je daar naar zoekt, dat heb ik mijn hele leven al, waar maak je
je nou zo druk over. Ik heb altijd lopen zoeken naar de bril die ik op
had.
Toch gaat het niet altijd zo snel.
Er moet ook een zekere energie zijn om te willen
zoeken, om los te willen laten. Als alles prima in orde is, waarom zou je
je die ellende op de hals willen halen? Dat is toch omdat je niet tevreden
bent of met dingen geconfronteerd wordt die de niet begrijpt, dat zet je
aan.
Er moet een of ander soort spanning zijn die je de
energie geeft.
Ik zie een hoop mensen en kinderen. Niet van iedereen
zeg ik: die heeft het. Je kan mensen ook nooit meer vertellen dan de
volgende trede, als er al een trap is. Maar het is onzin om mensen die
problemen hebben met hun kinderen het hele verhaal uit te leggen; nee, een
klein stukje verder, zo van: je kan het ook zo zien. Als hier een moeder
komt die zich zorgen maakt om haar kind en het is een christelijk mens,
dan zeg ik: je kan ook tegen de grote baas zeggen ‘ik weet het niet,
daar moet jij voor zorgen’. Dan kan ze het loslaten. Mensen komen hier
voor andere dingen, dat ze ziek zijn of pijn hebben, geen kinderen kunnen
krijgen. Als er iemand komt, die van de pijn in zijn been afwil dan kan ik
hem wel op een bepaald moment laten zien hoe die spanning ontstaat in zijn
persoonlijke leven, maar ik maak er niet een te groot verhaal van. Ik zeg
wel: je hebt vaak genoeg in je leven meegemaakt dat het gewoon vanzelf
ging, heb er maar vertrouwen in, jij hoeft er niet altijd bij te zijn.
Vanuit dat gevoel komen mensen dichter bij zichzelf. Als ze dan niet
verder vragen hoef ik ook geen antwoord te geven.
|
De zen van het
voetballen
Interview met Jac Zitman, deel drie
Je maakt de indruk dat je erg geworteld bent in
het gewone leven.
Misschien is dat ook wel een minpunt van mij. Ik heb
van kind af een hekel gehad aan het elitaire, omdat ik er altijd een
oneerlijkheid in zag. En dat heeft weer met mijn eigen geschiedenis te
maken. Op mijn 15 zat ik in een jeugdgevangenis en dat is niet
gemakkelijk. Als je daar binnenkomt is het eerste wat ze doen je haar eraf
scheren. Die eerste avond zat ik aan tafel als 15-jarig jongetje, dan
krijg je een boterhammetje met twee plakjes kaas. Tegenover me zit een
jongen die de sterkste is van de hele groep. Ik zit te eten en zie de hand
van die jongen op me af komen om mijn kaas te pakken. Zonder na te denken
zet ik zo mijn mes tussen zijn vingers. Dat gaat gewoon vanzelf. Niemand
heeft me daar verder ooit aangeraakt. Achteraf dacht ik ook, wat heb ik
gedaan? Je praat niet over lieve jongens en toch had ik dat in zo’n
situatie. Als ik het had toegestaan, hadden ze mijn eten opgegeten, me
vernederd, mijn kop kaalgeknipt en misschien misbruikt. Maar zonder na te
denken deed ik dat, het ging vanzelf. Ik hoorde ook nooit bij de groep. Ik
heb twee jaar in een tehuis gezeten, ik deed nooit mee met de pikorde,
maar ik werd wel gerespecteerd schijnbaar, want ze deden mij ook niets.
Ik was een lastige jongen natuurlijk, mijn vader was
weg, mijn opa had na de oorlog allerlei moeilijkheden en thuis waren er alleen maar vrouwen. In dat tehuis kregen
we op een bepaald moment vechterij, een gevecht om de sterkste. Ik had een
dag of drie judo gehad en daar daagde de sterkste me uit om te vechten. Ik
had hem vanzelf ik de houdgreep, hij kon niets meer. Die jongen kijkt me
aan, want die verliest toch zijn status. Ik had meer een gevoel van
‘tja, het is maar een geintje’. Dat ging allemaal vanzelf, dat heeft
me gescherpt.
Je hebt in zo’n soort situaties geen slechte
ervaringen opgedaan, dat het net mis ging?
Het gaat nooit mis. Ja, als je halverwege erin
springt als een ik. Bij mijn zoon noemde ik het de zen van het voetballen.
Dat was voor mijn zoon de weg. Hij kon het beter op het voetbalveld doen
dan op straat waar je allerlei ongelukken kunt krijgen. Hoe minder die
jongen tenslotte heeft om los te laten, hoe liever het is; het is immers
je kind. Dus ik ben bij hem gebleven. Ik had een parel in mijn handen en
daar heb ik mijn aandacht aan besteed. Tegelijkertijd zat er automatisch
een stukje opoffering in, steeds voor jezelf een stukje terug doen. Het is
niets voor mij om ’s ochtends om zes uur je bed uit te moeten voor het
voetballen, maar ik was er altijd. Ik had nooit van voetballen gehouden,
maar ik ben zelfs zover gekomen dat ik leider van een elftal ben geweest.
Op een gegeven moment zag ik het gebeuren: de zen van het voetballen. Hij
riep dan natuurlijk dat hij een mooi doelpunt had gemaakt. Dan zei ik,
wacht even, wat is er nou echt gebeurd. Ik heb hem er steeds weer op
gewezen dat op die momenten waarop het voetballen gewoon vanzelf gaat, dat
jij die claimt, maar dat het anders is gegaan. Het leuke was dat hij als
het vanzelf ging, hij ook het beste was; dan maakte hij de gekste
doelpunten. Ik stond er altijd, ook als hij tegen zichzelf stond te
vechten op het veld en dan zei ik het ook: jij wilt dat, maar je kan het
zelf niet veroorzaken. Dan gingen we er naar kijken en zo werd hij bewust
en ging hij er ook naar zoeken. Hij begreep toen ook dat hij het nooit kon
bereiken, dat het over hem heen kwam en dat het gebeurde als hij alles los
liet en gewoon zijn stinkende best deed. Zo is het gekomen. Hij is met
voetballen heel ver gekomen; hij heeft bij Heerenveen gevoetbald. Op zijn
18e had hij zijn doorbraak. Toen hij alles door had,
hoefde hij nooit meer te voetballen. Zo heeft hij ook niet veel
schade opgelopen. Je kan beter de zen van het voetballen doen dan de zen
van het motorrijden, dan kan je een hoop breken. Maar, dat heb je niet in
de hand, hij ging voetballen en ik ben erbij gebleven. Ik heb allebei mijn
kinderen gekraamd en ik ben bij ze gebleven, mijn zoon en dochter zijn
nooit alleen weg geweest, ik ben altijd bij ze.
Met kerstmis vertelt mijn zoon dat zijn vriendin
zwanger is. Op zo’n moment gaat de weg van het leven met een scherpe
bocht naar rechts, dan moet je wel meesturen, anders lig je ernaast. Ik
heb er ook geen probleem van gemaakt maar wel gezegd: kom voorlopig maar
bij ons in huis. Ineens moet hij op zijn 20e van jongen vader worden. Ze
zijn niet eerst een paar jaar getrouwd, zodat ze de tijd hadden om te
wennen. Het is er eentje die snel moet. Ik probeer hem toch te laten zien
dat als je gewoon de natuur
volgt en vader wordt, die opoffering voor je kinderen hebt, dat dat de
beste strijd is tegen je ego. Hij beseft ook wel dat hij steeds weer met
dat ego te maken kan krijgen.
En je dochter?
Die is heel nieuwsgierig. Ik wilde niet dat ze er te
vroeg mee bezig ging; ze moet ook volwassen worden. Ik heb het bewust wat
afgeremd. Als ze zich te vroeg met dat soort dingen bezig zou houden, zou
ze misschien bang worden voor het lichamelijke, voor jongens en ze moet er
juist mee leren omgaan. Anders zit ze straks als non in het klooster. Ik
denk dat je met vrouwen voorzichtiger moet zijn. Vrouwen hebben drie grote
overgangen in hun leven. Van meisje worden ze via de puberteit vrouw, van
vrouw moeder en van moeder door de hormonen de oude wijze vrouw. Je ziet
dat een vrouw veel meer dan een man het in zich heeft om de hele situatie
te willen sturen en manipuleren. Dat is om de jongen groot te brengen. Die
moeten immers goed in de kudde terechtkomen, daar moet je niet bij
voorbaat vijanden hebben. Je kan van een vrouw niet zomaar vragen de
kinderen los te laten. Maar een stukje inzicht kan wel helpen er anders
mee om te gaan, om het van je ik af te krijgen. Spiritualiteit van mannen
vind ik anders dan van vrouwen. De vrouwenweg is dat opofferen voor hun
man en kinderen en dan tenslotte die energie van de oude wijze vrouw. Als
je op bezoek gaat in het bejaardenhuis, zegt ze: wil je een kopje thee, en
verder niets of een klein dingetje en dan vind je het prima dat je daar
bent geweest. Als vrouwen die overgangen volgen, gaat het bijna vanzelf.
Ik houd van de gewone weg, ik ben een gewone jongen en het gaat mij om
gewone mensen.
|
|
|
Reactie van Jac Zitman
17 mei 2002
Dit interview van Patricia van Bosse is heel knap
gemaakt. Patricia is in staat de woorden te laten komen en ze de ruimte te
geven. Woorden van een mens die verbaasd is over wat hem is overkomen. Wat
hem dagelijks overkomt. Na de realisatie is langzaam maar zeker mijn geest
transparanter gaan worden. In mijn contact met mensen gaat zo veel gewoon
van zelf. Zeg ik zelf dat ik geen Satsang geef. Mijn zoon lacht mij uit.
‘Man, je doet niet anders’. Dan moet ik lachen. Het is als dansen in
de wind.
Martijn is aan het begin van deze week getrouwd en heeft genoten van een
huwelijks vakantie op Schiermonnikoog. Een eiland dat steeds meer
spiritueel geladen wordt. Schiermonnikoog is een mooi eiland door de
vrijheid die daar mogelijk is. De vrijheid om je zelf te zijn.
Er komt nu een herinnering op aan Douwe. Het was zo’n acht jaar na dat
ik hem voor het laatst gezien had. Dat hij in Dokkum onverwachts langs
kwam. We zaten samen achter in de zon met een kop soep van Willy, mijn
vrouw. Het was mooi, want we hadden elkaar niets te zeggen. Douwe was
fietsend op weg naar Schiermonnikoog. We hebben hem in contact gebracht
met kennissen van ons op Schiermonnikoog voor overnachting. Toen we
maanden later voor vakantie op Schiermonnikoog in een huisje kwamen te
logeren voelde ik meteen dat Douwe daar had geslapen. Bij navraag bleek
dit te kloppen. Niets verdwijnt.
Het zijn beelden die opborrelen in de geest. Beelden
die verder geen waarde hebben in het onderzoek naar je zelf. Het enige wat
je uit het interview kunt opmaken is dat jij het je ook kunt realiseren.
Dat je er geen heilige voor hoeft te zijn. Dat je denken het niet zal
vinden, maar jij wel. Het is er, maar je kijkt er over heen. Je bent het
namelijk gewoon zelf. Het Licht waar alles in opkomt en weer verdwijnt. Of
je daar nu bewust van bent of niet. Je straalt altijd. Je kunt er niets
aan doen. Het is gewoon je natuur. Een wonderlijke natuur.
Jac Zitman
|
|