|
Twintig jaar geleden. We woonde toen op
Scheveningen, vlakbij het strand, en 's nachts zag je altijd
het licht van de vuurtoren dat met tussenpozen zijn licht over
de zee en het dorp laat glijden.
Toen ik in bed stopte was mijn vrouw al in
een diepe slaap. Mijn ogen gleden over het witte plafond, door
de slaapkamer, en ik zag de wekker naast het bed staan.
Plotseling realiseerde ik me dat ik zo liggend op bed die
wekker helemaal niet op deze manier kon zien. Ook de rest van
de kamer kon ik nooit vanuit deze hoek bekijken, en tot mijn
verbazing realiseerde ik me dat ik aan het voeteneind van het
bed stond. Ik zag mijn vrouw liggen slapen en daarnaast....
lag ikzelf!
Mijn lichaam lag daar dus rustig te slapen
en ik stond daar van een afstand naar te kijken. Er was
helemaal geen angst voor wat me overkwam, ik voelde me heel
gewoon. Nieuwsgierig als ik ben besloot ik wat meer om me heen
te kijken, om te zien of er zo zonder lichaam wat te beleven
viel.
Uittreding.
In de parapsychologie wordt uitgebreid over
dit soort gebeurtenissen geschreven. Men noemt het een
uittreding. De geest komt dan los van het lichaam en is geheel
bewust terwijl het lichaam in een diepe slaap is. Sommige
weten te vertellen dat het geestelijke lichaam, dat dus wakker
is, met een soort navelstreng maar dan goudkleurig, aan het
gewone lichaam vastzit. Met de dood zou die streng dan
verbroken worden, of dat allemaal zo is kan ik gelukkig uit
eigen ervaring niet zeggen. In de literatuur zijn verhalen
bekend van mensen die zo met hun geest hele reizen ondernemen.
Niet alleen in de ons bekende wereld maar ook in verschillende
sferen, waar ze dan gelijkwaardige andere geestelijke mensen
ontmoeten.
Bezoek aan
de Hel
Terwijl ik zo eens om me heen keek zag ik
een kleurig schijnsel wat mijn aandacht trok. Ik wist niet
waar ik was, maar toen ik mijn aandacht op dit schijnsel
vestigde leek het alsof ik door een sluis in een totaal andere
wereld kwam. Het was er vol kleuren en het leek me er wel
mooi. Maar plotseling doemde er overal om me heen allerlei
mensachtige figuren op. Ze waren walgelijk om te zien, en ik
rook een onaangename rottende geur. Veel van deze figuren
waren beladen met sieraden, en bij verschillende puilde het
geld uit hun zakken. Sommige liepen met grote bijbels en
kruizen rond, om hun godsdienstigheid te laten blijken. Weer
anderen hadden boeken bij zich, en instrumentarium om voor
wijs door te gaan. De afschuwelijke seksuele taferelen zal ik
U hier maar besparen. Zelfs de ergste griezelfilm is nog
aardig vergeleken met de mensen die ik hier aantrof. Ze deden
allemaal moeite om mij te grijpen, overal waren hun enge,
grijpende handen.
Ik werd zo verschrikkelijk bang, dat het
leek als of alle angst die ik ooit had gehad op dit moment in
me aanwezig was. Met een klap schoot ik terug in mijn lichaam
en werd er weer één mee.
Angst kost
vrijheid
De dagen na deze vreemde gebeurtenis was ik
ontzettend kwaad op mijzelf. Ik was kwaad omdat ik zo bang was
geworden. Hier door was ik terug gedeinsd en had ik me laten
beperken. En dat is het ergste wat me kan overkomen, me laten
beperken, want dat geeft een gevoel van engheid en kost me
mijn vrijheid.
Die mensen, die ik tijdens mijn uittreding
had gezien leefde, in mijn optiek van toen, in de hel. Maar,
zo bedacht ik mezelf, ook deze mensen zijn diep van binnen
goed, hoe naar het ook was dat ze zo walglijk waren, en hoe ze
ook hun best deden mij te grijpen, en één van hen te maken.
Diep van binnen is ook bij hen liefde, maar
het probleem is dat ze dit niet weten en nu lopen te pronken
met hun lichaam, bezit of kennis. Nee, ik was niet tevreden
over mijn gedrag, ik had me nooit door mijn angst mogen laten
leiden.
Hel en
Hemel
Het zal veertien dagen later zijn geweest
toen ik weer een uittreding had. Weer stond ik aan het
voeteneind van het bed te kijken naar mijn slapende lichaam en
weer was er dat kleurige schijnsel. En net als de vorige keer
stond ik tussen die stinkende, walgende mensen die me wilde
grijpen.
Even was er, net als de vorige keer, die
angst, maar nu begreep ik dat het niet mijn angst was, maar
die van deze mensen en kon ik het opzij zetten. Ik keek ze aan
en besefte dat ook zij van binnen het Licht waren, ik voelde
mededogen. Toen smolt die hele massa van mensen voor mijn ogen
weg, en zag ik een prachtig wit licht verschijnen. Dit licht
gaf me een heerlijk gevoel van blijdschap, en ik voelde hoe ik
langzaam naar dit licht toe gleed.
Ook in dit licht zag ik menselijke
gedaanten, maar veel ijler en zachter dan in die vreselijk,
vorige situatie.
De eerste die ik herkende was mijn Oma, die
daar als een soort engel stond te schitteren. Ook zag ik Jezus
en Boeddha en andere wijze mensen die dit licht vormde, maar
er ook door gevormd werden. Ze keken me bemoedigend aan, alsof
ze wilde zeggen "Het is goed zo".
En terwijl ik wegsmolt in dit Licht had ik
het gevoel als of ik eindelijk thuis kwam, en er kwam een
"weten" over me, wat me vertelde dat ik voor eens en
altijd met angst had afgerekend. En, als ik dit nu zo
opschrijf besef ik dat ik sinds die nacht nooit meer angstig
ben geweest.
Ik heb geleerd niet meer voor angst op de
vlucht te slaan en daar mee de grootste vijand van de mens,
zijn eigen angst, verslagen.
|